Home
Wil je selecties opslaan en zelf nieuwe woorden toevoegen? Meld je dan gratis aan!
Taal instelling:
Nederlands - Spaans
Spaans - Nederlands
Selectie verwijderen Selectie afdrukken  Selectie opslaan - log eerst in!  Selectie oefenen
HUIDIGE SELECTIE
Er zijn nog geen woorden geselecteerd.
Klik om de hoogte aan te passen
Woorden toevoegen aan selectie

Zoek de woorden die je wilt gaan oefenen en klik ze aan. Ze worden nu toegevoegd in de rechter kolom. Als je klaar bent met het selecteren van woorden klik je op 'oefenen' bovenaan de kolom.

Wil je woorden oefenen die nog niet in de lijst staan of wil je je geselecteerde woorden opslaan, meldt je dan eerst even gratis aan en log daarna in.

a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z '
waaien - soplar
waaien - hacer viento
waaien-warm zijn-koud zijn-20 graden zijn - hacer viento-sol-frío-20 grados
waaien-warm zijn-oud zijn-20 graden zijn - hacer viento-sol-frio-20 grados
waaier, een - albánico, un
waar - dónde
waar - verdad
waar is het toilet? - dondé estan los seervicios?
waar kom je vandaan? - de donde eres?
waar vandaan - de dónde
waard zijn - valer
waard zijn kosten - valer
waard zijn, kosten - valer
waarheen - adónde
waarheid, de - verdad, la
waarom - por qué
waarschijnlijk probably, likeky - probablemente
waarschuwen - advertir
waarschuwen - avisar
wachten - esperar
wachten hopen - esperar
wachten, hopen - esperar
wakker worden - despertar se
wakker worden - despertarse
walmen - humear
walvis, de - ballena, la
wandelen - pasearse
wandelen, het - senderismo, el
wandelen - pasear
wandelen - dar un paseo
wandelen - caminar
wandkast - meuble de salon
wang, de - mejilla, la
wanneer - cuándo
wanordelijk - desordenado/a
want - porque
want - pues
want - pues que
warm - caliente
warmwaterzak, de - bolsa de agua caliente, la
was niet bijzonder goed dat je hem op dat moment zei., het - no era cosa de que se lo dijeras en ese momento.
washok, het - lavadero, el
wasmachine, de - lavadora, la
wasmachine, de - lavadora, la
wasmand - cubo de basura
wassen - lavar
wat - qué
wat - ¿qué?
wat betekend dat - ¿què significa
wat betekend dat - ¿ què significa
wat denk je er van - qué tal/qué te parece
wat drinken wij - qué tomamos
Wat een schrik! - Vaya susto!, ¡
wat ga je morgen doen? - ¿qué vas a hacer mañana?
wat gaan we drinken - qué va a tomar
wat geweldig - qué estupendo
wat is er in uw tas? - qué hay en la maleta?
wat is jou naam - ¿ cuàl es tu nombre
wat is jou naam - ¿cuàl es tu nombre
wat kan ik voor u doen? - en qué puedo servirle?
wat moet ik nu beginnen - qué hago ahora
wat raad je me aan - qué me recomiendas
wat verkies je - qué prefieres
wat vind je van het idee om..? - ¿qué te parece la idea de...?
wat wenst u - ¿qué desea?
wat wenst u - qué desea
wat wenst u dames en heren - qué desean señores
wat wil je - qué queres
wat willen jullie drinken - qué queréis tomar
wat zou je ervan vinden? - ¿te apetecería?
water - aqua
waterleiding, de - cañería de agua, la
waterval, de - cascada, la
waterval, de - catarata, la
wayside inn - parador, el
wc - servicios
we houden een bespreking over de crisis. - estamos comentando la crisis.
we zien elkaar weer - nos vemos
we zijn teruggekeerd naar ons huis - nosotros regresamos a nuestra casa
wederkerigheid - reciprocidad, la
wedstrijd, de - carrera, la
wedstrijd - concurso, el
weduwnaar - viudo
weduwnaar blijven - quedarse viudo
week, de - semana, la
weekend - fin de semana, el
weekend, het - fin de semana, el
weekend - fin de semena
weer, het - tiempo, el
weer bij kennis komen - recobrar el conocimiento
weer bij kennis komen - volver en
weer bij kennis komen - recobrar el conocimiento
weer bijkomen - volver en sí
weer bijkomen - recobrar el conocimiento
weer terug - vuelta, la
weerspiegelen in - reflejar en
weerzien, het - reencuentro, el
wees niet koppig. - no seas cabezota.
weg naar, de - route de, la
wegsturen - expulsar
wegwerpen - arrojar
weinig - poco
wekelijks - semanal
wel - pues
welcome to the spanish world - bienvenido al español
weldra - pronto
welk - cuál
welk nr heb je - qué numero tienes?
welk nr heb je? - qué numero tienes?
welk soort - qué clase
welk weer is het - ¿que tiempo hace?
welke - cuáles
welke maat heb je? - qué talla tienes?
welke maat heb je? - qué talla t ienes?
welke? wat? - cuál?
welkom - bienvenido/-a
welkom - bienvenido
well - bien
wellicht, misschien perhaps, possible, maybe - quizás
welterusten - que descanses
Welterusten! - Que descanse!
wenkbrauw - ceja
wens, een - deseo, un
wens je iets te drinken mijnheer - desea tomar algo señor
wensen - desear
wensen - decear
wereldwijd - mundial
werkelijk, waarlijk really, truly - realmente
werken - trabajar
werkers kiezen vertegenwoordigers., de - trabajadores eligen a representantes., los
werkloos - paro, el
werkloos zijn - esta en paro
werkplaats, de - taller, el
werkster, de - fregona, la
werkzame systemen gebruiken - manejar sistemas operativos
werpen - echar
wet, de - ley, la
weten - saber
weten kunnen - saber
what can i do for you? - en qué puedo servirle?
what? - ¿cómo?
wie - quién
wie - ¿quién?
wie ze beurt is het - a quien le toca?
wieg, een - cuna, una
wiel, het - rueda, la
wienerschnietzel - fileta de ternera, una
wij heten - nos llamamos
wij houden van - nos gusta
wijdbeens liggen - estar tendido con las piernas separadas
wijk - barrio
wijngaard, de - viña, la
wijngaard, de - viñedo, el
wijnkelder, de - bodega (de vino), la
wijnkelder, de - bodega, una
wijsvinger - indice
wijziging ondergaan, een - sufrir un cambio
wil je aub de rekening brengen - haga el favor de traer la cuenta
wil je de radio iets stiller zetten - quieres bajar la radio
wil je met me afrekenen - me cobra usted
wil,wilde zou willen - quero,quería,querría
willen - querer
willen - querer
willen lief hebben - querer
wimper, de - pestaña, la
wind, de - viento, el
wind, de - aire, el
winkel, de - tienda, la
winkel, een - tienda, una
winkelen - ir de tiendras
winkelen - ir de tiendas
winkelier, de - tendero, el
winkelmeisje - dependienta
winnaar - granador, el
winnen - ganar
winter - invierno, el
winter - invierno
winter, de - invierno, el
wisselen veranderen - cambiar
wissen uitvegen - borrar
wit - blanco
wit als de sneeuw - bianco como la nieve
witachtig - blancuzco
witlof - endivia
witte donderdag - jeuves santo
witte wijn - vino blanco
wittebroodsweken - luna de miel
woedend - con rabia
woensdag - miércoles
woensdag - mièrcoles, el
wol, de - lana, la
wol - lana
wol - lana, la
wolk, de - nube, la
wolken - nubes
wolkenkrabber, de - (edificio) rascacielos, el
wolkenkrabber, een - rascocielos, los
wolkenkrabber, een - rascocieleos, los
wonder, het - milagro, el
wonder boven wonder - de milagro
wonderkind - niño prodigio
wonen - vivir
wonen - habitar
wonen leven - vivir
woning, een - vivenda, una
woonkamer, de - cuarto de estar
woord, een - palabre, una
woordvoerder, de - portavoz, el
word - palabra, la
worden - ponerse
worden - pasar a ser
worldwide - mundial
worm, de - gusano, el
worst - embutido
worst - longaniza
worst, de - longaniza, la
wreedheid, de - atrocidad, la
wreef - empeine