Home
Wil je selecties opslaan en zelf nieuwe woorden toevoegen? Meld je dan gratis aan!
Taal instelling:
Nederlands - Spaans
Spaans - Nederlands
Selectie verwijderen Selectie afdrukken  Selectie opslaan - log eerst in!  Selectie oefenen
HUIDIGE SELECTIE
Er zijn nog geen woorden geselecteerd.
Klik om de hoogte aan te passen
Woorden toevoegen aan selectie

Zoek de woorden die je wilt gaan oefenen en klik ze aan. Ze worden nu toegevoegd in de rechter kolom. Als je klaar bent met het selecteren van woorden klik je op 'oefenen' bovenaan de kolom.

Wil je woorden oefenen die nog niet in de lijst staan of wil je je geselecteerde woorden opslaan, meldt je dan eerst even gratis aan en log daarna in.

a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z '
saai - aburrido
saai - aburido/a
saber - weten
saber - smaken
sacar - arrancar
safely - seguramente
salade - ensalada
salade - ensalade
salon, de - salón, el
salsa - salsa, la
samen wonen - concivo juntos
samengevat - en fin
samengevat, kort gezegd - en fin
samenkomen - juntarse
samenleving, de - vivencia, la
samenvallen - coincidir
samenwonen - con vivir
sandalen - sandalias
sandalen - sandalis
sandwiches - emparedados
sangria - sangría, la
sardienen - sardinas
schaal, een - fuente, un
schaap - oveja
schaap, de - oveja, la
schaar - tijeras
schaarste - escasez
schade, de - avería, la
schakelen - cambiar de marcha
schande, de - vergüenza, la
scharen - tijaras, los
scharlakenrood - escarlata
schatten - estimar
scheiden - devorciar
scheiden - separar
scheiden - divorciar,separar
scheiden - divorciar/separar
scheiding - divorcio
schemering bij valavond, de - en el crespuculo /penumbra
scheve mond, een - boca torcida, una
schieten - tirar
schijden - escurrir
schijnheilig - santurrón
schilderen - pintar
schilderij - cuadro
schildpad, de - tortuga, la
schitterend - magnífico
schitterend - espléndido
schitterend - precioso
schitterend - luc
schoen - zapato
schoenen - zapatos, los
schoenen - zapatos
schoenenwinkel, de - zapatería, la
schoenenwinkel - zapateria
schoenmaat - numero de zapatos
schoenmaker, de - zapatero, el
schoenwinkel, een - zapateria, una
schoenwinkel, een - zapateria
schoenwinkel - zapateria
schokbreker, de - amortiguador, el
schokken - escandalizar
schooljaar, het - curso escolar, el
schoon - limpio
schoonbroer, schoonzus - cuñado, cuñada
schoondochter - nuera
schoonmaak, de - limpieza, la
schoonmaken - limpiar
schoonmoeder - suegra
schoonvader - suego
schoonvader - suegro
schoonvader, schoonmoeder - suegro, suegra
schoonzoon - yerno
schoonzoon - nuero
schouder, de - hombro, el
schreeuwen - gritar
schrijlings gaan zitten - sentarse a horcajadas
schrijvem - escribir
schrijven - escribir
schrijver - escritor, el
schrijving/voorgerecht, een - entrada, una
schrik, de - susto, el
schrikken - asustarse
schuin aflopend - en pendiente
script, het - guión, el
sección - rama
seconde - segundo, el
secretaresse, de - secretaria, la
sedert ,sinds - desde hace
see you later - hasta luego
see you later - nos vemos
seizoen, het - estaciòn, la
seleccionar - escoger
selectie, de - selección, la
separar - arrancar
september - setiembre
september - septiembre
serieus - serio
serveren dienen - servir
serveren, dienen - servir
servet - servilleta
servicebeurt, de - revisión, la
shampoo - champú
show, de - espectáculo, el
sieraad, het - joya, la
sierkussen, een - cojin, el
sigaret, een - cigarillo, un
sigaret, een - pitillo, un
sigarettepeukjes - colillas
silence - silencio, el
simpelweg, domweg simply - simplemente
simply - simplemente
sinaasappel, de - naranja, la
sinaasappel, de - naranja, la
sinaasappelboom - un naranjo
sinds - desde
sinds - desde
sinds - vez de hache
sinds een jaar - desde hace un año
sinds wanneer - desde cuándo
sinterklaas - san niccolas
sinterklaas - san nicolas
sjaal - bufanda
sjaal - panuelo, el
sjerp, een - bufanda/chal, un
sjerp/sjaal, een - bufanda, una
sjerp/sjaal, een - bufanda
sjerp/sjaal - bufanda
ski - esqui
skieën - esquiar
skiën - esquiar
sla, de - lechuga, la
sla, de - lechuga, la
sla, de - lechuga, la
sla, de - lechuga, la
sla - lechuga
slaapkamer, een - dormitoris, un
slaapzak, de - saco de dormir, el
slager - carnicero
slak, de - caracol, el
slang, de - serpiente, la
slapen - dormir
slecht - malo
slecht - mal
slecht humeur hebben, een - tener malhumor
slenteren - deambular
sleutel, de - llave, la
sleutel, de - llave, el
slijm - flema
slijten - (de)gastarse
slim - inteligente
slim - listo
slim - listo/a
slippen - derrapar
slippen, uitglijden - derrapar
slok, de - trago, el
slok wijn, een - trago de vino, un
slowly - lentamente
sluiten - cerrar
sluiten dichtdoen - cerrar
sluiten, dicht doen - cerrar (ie)
smaak, de - gusto/sabor /saboreando, el
smakelijk - que aproveche
smal - angosto
smal - estrecho
smal - estecho/a
smal-nauw - estrecho
smidse, de - fragua, la
smog - calima/calina
sneeuwen - nevar
sneeuwen - never
snel - rápido
snel (spoedig) - pronto
snijbiet, de - acelga, la
snijden - cortar
snijden knippen - cortar
snijden, knippen - cortar
snijden/knippen - cortar
snoeimes - podadera
sociaal - sociable
soep - sopa, la
soep, een - sopa, una
soep ruikt lekker, de - sopa huele bien, la
soepkip, een - gallina de cazo
sok - calcetín
sokken - calcetines
sokken - calcetines, los
sokken - medias
solicitatie, de - solicitud, la
solidair - solidario
sollicitatiegesprek, het - entrevista de trabajo/selección, la
solliciteren - solicitar
sommige - alugunos
sommige - algunos
sommigen - unos/as
soms - a veces
soms - a veces
soms - muchas veces
soms - algunas veces
sorry /het spijt me - lo siento
sorry voor het ongemak - pardón por ma molestia
sorry voor het ongemak - pardón por la molestia
sorry voor het storen - perdón por las molstias
sorry, dat was niet met opzet - discúlpeme, no quise hacerlo. perdón, ha sido sin querer
sorry, dat was niet met opzet - discùlpeme, no quise hacerlo perdòn, ha sido sin querer
sorry,maar voor mij is het niet mogelijk. - perdona, pero me es imposible.
sorry/spijt - lo siento
souvenir, een - recuerdo, un
spaans studeren - hacer la carrera de español
spanish - español, el
spanjaard m - español
spanjaard v - española
spanjaarden drinken wijn, de - españoles toman/beben vino, los
spanjaarden hebben twee achternamen. - españoles tienen dos apellidos., los
spanje - españa
sparen - ahorrar
speech, de - discurso, el
speelgoedwinkel - juguetes
speeltuin, de - parque de recreo, el
speeltuin, de - parque infantil
spek, het - tocino, el
spelen - jugar
spelen - jugar al
spelen - juegar
spelen gokken - jugar
spellen - deletrear
spenderen - gastar
sperziebonen, de - judías verdes, las
spiegel - espejo
spijkerbroek, de - (pantalones) vaqueros, los
spijkerbroek, een - pantaló
spijkerbroek, een - pantalón vaquero
spijskaart, een - carta combinadas, una
spijt me, het - lo siento
spin, de - araña, la
spinazie, de - espinacas, las
spinazie - espinaca
spinnen - hilar
spontane houding, een - postura espontánea, una
spoorwegovergang, de - paso a nivel, el
sporen van een glimlach - rastros de una sonrisa
sporten - deportes
sporten - practicar deporte
sportief - deportivo
sportman/vrouw - deportista
sportwinkel - deportes
sportzaal, een - sala de deportes, una
spreken - discursear
spreken - hablar
spreken, vertellen, zeggen - decir
springen - saltar
spuiten - hacer salir a chorro
spuitfles, een - sifón, un
staand - de pie
staande schemerlamp - lámpara del pie
staart, de - cola, la
staat je goed, het - le sienta bien
staat me niet aan, het - no me agrada
staat me niet aan., het - no me apetece.
staatshotel - parador
stad, de - ciudad, la
stadhuis, het - ayuntamiento, el
stadsomroeper, de - pregonero, el
staking, de - huelga, la
standbeeld, het - estatua, la
starten - arrancar
starten - poner en marcha
starter - poner er marcha
steden - ciudades, las
steen, de - piedra, la
steen - piedra
stekker, de - enchufe, el
stel/paar - pareja
stelen - robar
stelt niet veel voor., het - es poca cosa.
sterk - fuerte
sterke munt - moneda fuerte
sterker nog - más aun
sterren, de - estrellas, las
sterven - morir
sterven - morir,fallecer
sterven - murió
steunpunt - puntal de apoyo
stiefmoeder, de - madastra, la
stiefvader - padastro
stier, de - toro, el
stijl, de - estilo, el
stijl haar - pelo liso
stilte, de - silencio, el
stoel - silla
stoel, een - silla, una
stoel met leuning, een - butaca, una
stoeltje of tafeltje, een - mesita, una
stof opzuigen, het - aspirar el polvo
stofzuiger, de - aspirador, el
stofzuiger, de - aspiradora, la
stofzuiger, de - aspirador, el
stok, de - palo, el
stomverbaasd zijn - estar boquiabierto, quedarse boquiabierto
stoofpot, de - cazuela, la
stoomboot, de - barco de vapor, el
stop (zekering), de - plomo, el
stopbord, het - señal de paro, la
stopcontact, het - enchufe, el
stoppen - pararse
stoppen - parar
stoppen in opbergen - meter
stoppen in, opbergen - meter
stoppen met iets - dejar de
stoppen van snelheid - papar
storen - molestia
storen of hinderen - fastidiar/molestar/estorbar
stortbui, een - chaparron, un
straal water, een - chorro de agua, un
straat - calle la
straat, de - calle, la
straatlantaarn, een - linterna/un farol, una
strak - ajustado
strakke broek, een - pantalon ajustado, un
straten - callas, las
streep, de - raya, la
stress, de - agobio, el
streven naar - aspirar a
streven naar - empeñarse en
strooien dak, een - techo de paja, un
stropdas - corbata
stropdas - corbata, la
struikelen - tropezar
struikgewas, het - matorral, el
studeren - estudiar
studie, de - carrera, la
stuiver, een - un duro
stuk grond, een - terreno, un
sturen - enviar
stuur, het - volante, el
stuwmeer, het - pantano, el
subsidie - subvención, la
succes, het - éxito, el
suiker - azucar
supermarkt - mercado
supermarkt - supermercado
surrealistisch - surrealista
sympathiek - simpático
sympatiek - simpática
systeem, het - sistema, el