Home
Wil je selecties opslaan en zelf nieuwe woorden toevoegen? Meld je dan gratis aan!
Taal instelling:
Nederlands - Spaans
Spaans - Nederlands
Selectie verwijderen Selectie afdrukken  Selectie opslaan - log eerst in!  Selectie oefenen
HUIDIGE SELECTIE
Er zijn nog geen woorden geselecteerd.
Klik om de hoogte aan te passen
Woorden toevoegen aan selectie

Zoek de woorden die je wilt gaan oefenen en klik ze aan. Ze worden nu toegevoegd in de rechter kolom. Als je klaar bent met het selecteren van woorden klik je op 'oefenen' bovenaan de kolom.

Wil je woorden oefenen die nog niet in de lijst staan of wil je je geselecteerde woorden opslaan, meldt je dan eerst even gratis aan en log daarna in.

a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z '
haai, de - tiburón, el
haan, de - gallo, el
haar, het - pelo, el
haar of zijn - su
haard, de - hogar, el
haardvuur, het - fuego, el
haas - liebre
hagel - granizo
hagelen - granizar
halen - buscar
halen - venir por
halen - sacar
half jaar, het - semestre, el
hall/inkom, de - portal, el
hallo - hola
hallo - ¡hola!
hallo, hoe gaat het - hola¿ còmo estàs
hallo, hoe gaat het - hola¿què tal
hallo, hoe gaat het - hola, còmo estàs
hallo, hoe gaat het - hola ¿ què tal
hallo, hoe gaat het met u - hola¿ còmo està
hals, de - cuello, el
halsdoek, de - pañuelo de cuello, el
halve draai maken, een - dar media vuelta
halverwege - a mitad de
halverwege - a mediados de
halverwege - a medio camino
hamburger - hamburguesa, la
hamster, de - hámster, el
hand, de - mano, la
hand - mano
handdoek - pañuela
handen in zakken, de - manos en los bolsillos, las
handmatig - a mano
handrem, de - freno de mano, el
handschoenen - gloves
handschoenen - guantes
hangen - colgar
hap, de - bocado, el
hapjes eten - picar algo
hapjes eten, tussendoortje in bar - picar algo
hard - duro
hard rijden - ir rápido
hard rijden - conducir rápido
hardley - apenas
haten - odiar
haven, de - puerto, el
haven, de - puerto, el
heb nr 42 - tengo el 42
hebben - tener
hebben - haber
hebben, houden, moeten - tener
heeft geregend, het - ha llovido
heeft gevroren, het - hay escarcha
heeft u? - tienes?
heel dicht bij - muy cerca de
heel droge sherry - manzanilla
heel erg bedankt - muy agradecido
heel goed, bedankt - muy bien, gracias
heet tegenover koud - caliente frente a frío
heet tegenover koud - caliente en frente a frío
heffen/omhoogtillen - empinar
helder en doorzichtig glas - cristal transparente
heleboel, een - un montón de
heleboel, een - sinfín de, un
helemaal niet! - ni mucho menos!, ¡
helemaal niet! - eso sí que no!, ¡
helemaal, volledig completely, totally - completamente
helft, de - mitad, la
helft koffie en de helft melk - café con leche
hello - hola
helm - yelmo
helpen - ayudar
helpen - socorrer
helpen - asisitir
helpen - ayudar
hemd - camisa, la
hemdje - camiseta
hemelsblauw - celeste
here - aquí
herenhuis, een - casa señorial, una
herenmode - mada caballeros
herenvest - chaleco
herfst - otoño, el
herfst - otoño
herfst, de - otoño, el
herhalen - repetir
herinneren - recordar
herrie schoppen - armar alboroto
hersenen, de - cerebro, el
herstellen - recuperarse
hert, het - ciervo, el
hervatten - reemprender
herwinnen - recobrar
het loopt in de smiezen - salta la vista
heten - llamarse
hetzelfde aub - otra de lo mismo
heup, de - cadera, la
hevige regenbuien - chubascos, los
hier - aquí
hij - Él
hij is 1m40 - mide un metro cuarente
hij is een beetje te smal - me esta un poco estrecho
hij is geslaagd voor het examen frans. - ha aprobado el examen de francés.
hij is te kort - me queda muy corto
hij is trouw aan zijn ideeën. - es fiel a sus ideas.
hij is voor het frans examen geslaagd - ha aprobado el examen de francés
hij kwam om middernacht terug van reis. - llegó de viaje a medianoche.
hij legde het uurwerk terug in de kast. - repuso el reloj en el armario.
hij leunde op een wandelstok. - se apoyó en un bastón.
hij past heel goed - me queda muy bien
hij past helemaal niet - me queda muy mal
hij smeekt me dat ik geen lawaai maak - me suplica que no haga ruido.
hij spreekt altijd in grapjes - siempre habla de broma, el
hij vraagt me als ik haast heb. - me pregunta si tengo prisa.
hij zei me voorzichtig te zijn. - me dijo que tuviera cuidado.
hij zij u heet - se llama
hij zij u houdt van - le gusta
hinder, de - alboroto, el
hinderen - fastidiar
hinderen - molestar
hoe - cómo
hoe ben je naar canaria geweest - coma habéis ido a canaria
Hoe dan ook - de todas formas
hoe dan ook - como sea
hoe dan ook - de todas formas
Hoe dan ook - de todas formas
hoe dan ook - sin embargo
hoe eerder hoe liever - cuanto antes mejor
hoe gaat het met u? - cómo está?
hoe gaat het met u? - ¿qué tal?
hoe gaat het? - hola qué tal?/hola como estas?/hola está usted
hoe gaat het? - qué tal?
hoe groot is het - cuanto mide
hoe heet je? - como te llamas?
hoe heet je? - ¿cómo te llamas?
hoe heet jij - ¿ como te llamas
hoe heet jij - ¿como te llames
hoe heet jij - ¿como te llamas
hoe heet u? - ¿cuál es su nombre?
hoe is het weer buiten? - ¿que tal el tiempo?/coma esta el tiempo?
hoe is het? - como estás?
hoe is het?, hoe gaat het met je? - ¿cómo estás?
hoe kan ik u helpen? - cómo puedo ayudarle?
hoe laat - a qué hora
hoe laat is het? - qué hora es?
hoe oud ben je - cuánto años tienes?
hoe oud ben je? - cuantos anos tienes?
hoe passen de kleren? - qué tal le quedo la ropa?.
hoe past die broek? - qué tal el pantalon/qué tal me queda el pantalon
hoe past je broek? - qué tal le queda el pantalon?
hoe vaak - cada cuánto
hoe was de reis - qué tal el viaje
hoe ziet het kind er uit - como es el niño/qué tal el niño
hoed - gorro
hoed - sombrero, el
hoed - sombrero
hoek - esquina
hoelang - por cuánto tiempo
hoesten - loser
hoesten - toser
hoeveel - cuánto
hoeveel - cuántos
hoeveel - quánto
hoeveel is het waard - cuánto vale
hoeveel kost deze boek - cuanto cuesta este libro
hoeveel kost het - cuánto cuesta
hoeveel kost het? - ¿cuánto cuesta?, ¿cuánto vale?
hoeveelheid - cantidad, la
hoever - a qué distancia
hoge hakken - tacones altos
hogere hak, een - tácon más alto, un
hond, de - perro, el
hond - perros
hoofd, het - cabeza, la
hoofd bieden aan, het - enfrentar
hoofd bieden aan, het - afrontar
hoofddoek, de - pañuelo de cabeza, el
hoofddoek, halsdoek,sjaal - pañuelo, un
hoofddoek/halsdoek, een - pañuelo, un
hoofdgerecht - secundo plato,secundo, el
hoofdingang, een - entrada principal, una
hoofdkussen, een - almohada, una
hoofdpersoon, de - protagonista, el
hoofdpersoon - protagonista, el
hoofdrolspeler - protagonista, el
hoofdrolspeler - protagonista
hoofdstad, de - capital, el
hoofdvak - asignatura troncal
hoog - alto
hoogseizoen - temporada alta
hoogtepunt, het - clímax, el
hoogtepunt, het - apogeo, el
hopelijk brandt hij van nieuwsgierigheid! - ¡ojalá arda de curiosidad!
hopelijk brandt hij van verlangen - ojalá arda en curiosidad
hopen - esperar
hopen - esparar
horen - oir
horloge - reloj
hotel, een - hotel, el
hotel (enkel slapen) - residencia
hotel(slapen en eten) - hotel
hotels - hoteles, los
houden van - amar
how are you - ¿qué tal?
how are you formal - ¿cómo está?
how are you? - ¿cómo estás?
how can i help you? - cómo puedo ayudarle?
huid, de - piel, la
huidig - actual
huidig - de hoy
huilbaby, een - bebé llorón, un
huilen - llorar
huilerig: betraans - lloroso
huis - casa la
huis - casa, la
huishoudelijk apparaat - (aparato) electrodoméstico
huisje, het - caseta, la
hun( meervoud) - sus
huren - alquilar
huren - alquillar
huren - alquiler
hut, de - choza, la
hutkoffer, de - baúl, el
huurder, de - alquilino, el
huurder, de - inquilino, el
huurprijs, de - alquiler, el
huwelijk, het - matrimonio, el
huwelijk, het - boda, la
huwlijk,bruiloft - boda, la
hypotheek - hipotecario
hypotheek - hipoteca, la